Niets aan Gelogen
Speciaal voor het Apeldoorn Photo Festival is een expositie gemaakt die aansluit bij het thema van het festival ‘Zien is gelogen’. Samen met Rosanne Dijk presenteerde wij in vier verschillenden kisten onze kijk op het thema.
Eén van de thema’s vulde ik in met ‘ Niets aan Gelogen’. Negen glas negatieven uit de jaren 30 van de vorige eeuw vormen de basis van het project. Hierin staat het gezin van mijn moeder centraal.
Niets aan Gelogen
Stilgevallen beelden uit het leven van weleer.
Recht voor z’n raap, zonder opsmuk of praatjes.
Geen twijfel, geen nagedacht vertoon
De werkelijkheid zoals zij zich voordeed.
Fotografie als getuigenis, niet als betoog.
Een glimp van het verleden, door licht herboren
Familiekroniek
Centraal in deze serie staat Janny. Geboren in 1927. De jongste dochter van Jan Haverman en Sara Gertruida (Trui) Wiedeman. Zus Nel maakt het gezin compleet. Alle vier te zien in dit album.
Het gezin woonde in Amstelveen. Jan was makelaar en Trui was huismoeder. In 1953 trouwde Janny met Henk. Zij krijgen drie kinderen: Evert Jan, Marijke en Bart. Het grootste deel van hun leven woonde het gezin in Apeldoorn.








Het verhaal achter de glasnegatieven
Wanneer je vandaag de dag een foto maakt met je telefoon, verschijnt het resultaat meteen op je scherm. In de jaren 1930 en 1940 ging dat heel anders. De beelden die je hier ziet zijn vastgelegd op glasnegatieven van 9×12 centimeter – een techniek die inmiddels bijna vergeten is, maar destijds de standaard was voor serieuze fotografie.
WAT IS EEN NEGATIEF?
Een negatief is het omgekeerde beeld van de werkelijkheid. Alles wat in werkelijkheid licht is, wordt donker, en alles wat donker is, wordt juist licht. Op een negatief lijkt de lucht bijvoorbeeld grijs tot zwart, terwijl een wit overhemd bijna doorzichtig wordt. Vanuit dit negatief kon de fotograaf later weer een positieve afdruk maken op fotopapier, waarbij de tonen weer werden omgekeerd naar een herkenbare foto. Tegenwoordig werken we digitaal, maar in die tijd was het negatief de eerste, onmisbare stap in het proces.
HOE WERKT HET?
De fotograaf gebruikte een platencamera op statief, vaak van hout met een uitschuifbare balg. Eerst stelde hij scherp op een matglas. Daarna schoof hij een cassette met daarin een glasplaat in de camera. Deze glasplaat was voorzien van een dunne laag gelatine met zilverzouten, die gevoelig was voor licht.
Zodra de schuif van de cassette werd verwijderd en de sluiter even openging, ving de plaat het licht op dat door de lens viel. Het beeld was daarmee “gevangen”, maar nog onzichtbaar. In de donkere kamer kwam de foto tot leven: de glasplaat werd ontwikkeld met chemische vloeistoffen, gefixeerd en gewassen. Zo ontstond het glasnegatief – klaar om later afgedrukt te worden op papier.
WAAROM GLAS?
Het gebruik van glas als drager had grote voordelen. Glas is stevig en volkomen vlak, waardoor de opname haarscherp werd. Een formaat van 9×12 cm leverde bovendien veel detail, zelfs bij vergrotingen. Nadeel was wel dat glas zwaar en breekbaar was, zeker als een fotograaf meerdere platen mee op pad nam.
TASTBARE HERINNERING
De negatieven uit de periode 1930–1940 die hier getoond worden, zijn getuigen van een tijd waarin fotografie nog een zorgvuldig en ambachtelijk proces was. Elke opname vroeg om voorbereiding, geduld en vakmanschap. Precies daarom voelen deze glasnegatieven nu zo bijzonder: het zijn niet alleen beelden, maar ook tastbare voorwerpen die het verhaal van een andere fotografische wereld vertellen. Niet aan Gelogen